Gesprek aan tafel

Van de week zat ik aan tafel met een klein maar gevarieerd gezelschap; twee medici, twee politiek geëngageerde mensen uit het onderwijs, twee scholieren, twee oud verpleegkundigen. Mijzelf meegerekend negen personen, variërend in de leeftijd van 17 tot 84.
De zeventienjarige vertelde dat hij onlangs een brief had ontvangen van het ministerie van defensie, waarin hij werd opgeroepen voor de dienstplicht en tegelijk niet, omdat er in Nederland geen opkomstplicht meer is. Zijn oudere broer stelde voor het ministerie aan te klagen voor discriminatie op geslacht, aangezien alleen jongens deze brief krijgen.  Ik kon het niet laten te zeggen dat dit hele gebeuren simpel op te lossen was door het afschaffen van genderregistratie.
Een van de onderwijzers viel mij direct bij; ‘dat is wel zo, eigenlijk. Dan zouden ze gewoon iedereen in die leeftijd een brief sturen’
Een van de verpleegkundigen merkte op dat dat in Israël ook een algemene dienstplicht is, maar die wordt ook uitgevoerd; iedereen zit een vaste periode in het leger. Maar geen geslacht in je paspoort? Dat ziet ze toch niet.
‘Nu je kunt trouwen met wie je wilt en de dienstplicht in praktijk niet meer bestaat, is het registreren van iemands geslacht niet meer van deze tijd.’ Ik berijd mijn stokpaardje en doe dat met verve. ‘Nog niet zo lang geleden stond ook je geloof in je paspoort. En met wie je getrouwd was.’
‘In mijn paspoort staat ook met wie ik getrouwd ben’ het klinkt trots. De onderwijsmensen kijken elkaar liefdevol aan.
‘Het is toch wel iets wat je wil weten’ zegt een van de artsen.
‘Waarom? Als het de bedoeling was dat iedereen dat zag, zat dat ding wel op je voorhoofd’ kan ik niet nalaten te zeggen. Een argument dat ik ooit gebruikte om mijn kinderen in hun kleren te houden in gezelschap.
‘Het lijkt me toch wel een belangrijk deel van de identificatie’ houdt de arts vol.
‘Is dat zo? Ook nu het eenvoudiger is om die melding in je papieren te wijzigen?’
‘Willen jullie nog een glas wijn?’ De gastvrouw doet haar taak en leidt het gesprek naar een rustiger vaarwater.

Voor wie is het interessant dat het geslacht geregistreerd staat?  Napoleon voerde in zijn tijd de burgerlijke stand in, opdat hij jonge mannen kon oproepen voor het leger. Hij wilde het grootste leger ooit samenstellen om op te trekken naar Moskou. Wereldoverheersing. Een geliefd levensdoel. De Nederlandse regering nam de burgerlijke stand dankbaar over, inclusief de dienstplicht.
De opkomstplicht voor de militaire dienst is in 1996 opgeschort; dienstplichtigen worden niet meer opgeroepen tenzij de situatie dat vereist.
Al in 1919 werd het kiesrecht uitgebreid zodat ook  daar geen inderscheid in geslacht meer was.
In 2001 werd het in Nederland mogelijk te trouwen met iemand van hetzelfde geslacht. Om dat mogelijk te maken werd onderzocht of dat elders in de wetgeving problemen zou geven. Nergens in de wet werd echter een geslachtelijk onderscheidt gemaakt. Logisch eigenlijk, aangezien het eerste artikel van de Nederlandse grondwet overduidelijk stelt dat daarin geen onderscheid gemaakt mag worden.
De vraag; voor wie is het interessant dat het geslacht geregistreerd staat? Blijft dus tamelijk onbeantwoord. De volgende logische vraag zou mijns inziens zijn of het dan nodig is het geslacht bij de geboorteakte vast te leggen. Gelukkig lijkt een groot deel van de tweede kamer het hierover ook eens. Misschien kan Nederland weer een voorbeeld zijn in de wereld en laten zien dat het registreren van geslacht in officiële papieren niet meer van deze tijd is.

Een Reactie op “Gesprek aan tafel

  1. Interessant punt. Ik begrijp de punten die je aandraagt (en die door velen herhaald worden) om de sekse niet meer te registreren. Onder het mom ‘zijn wie je bent’ werd in de kamer [1] ook beargumenteerd dat het makkelijk moet zijn om je geslacht in je paspoort te wijzigen, of überhaupt niet op te voeren.

    Prima natuurlijk; ik heb er geen enkele moeite mee om dit niet meer te registreren, net zo min als ik problemen heb met het continueren van die registratie. Het paspoort geeft namelijk helemaal geen omschrijving van wie of wat je bent. Het vak dat ik uitoefen, mijn vegetarisme of mijn atheïsme zijn voor mij veel essentiëlere aspecten van wie ik ben dan mijn lengte of de maat van mijn schoenen. Toch staan juist deze laatste eigenschappen op de lijst aan de hand waarvan autoriteiten bekijken of ik ben wie ik ben, met name omdat deze makkelijker te controleren zijn dan de eerste. Een ander vak is veel eenvoudiger te fingeren dan een andere lengte of schoenmaat, dus voor het doel wat een identiteitsbewijs heeft is dat ook volstrekt legitiem. En ook de vorm van mijn bekken [2] en mijn primaire en secundaire geslachtskenmerken vallen onder dit lijstje – hoewel dat niets zegt over mijn seksuele of persoonlijke geaardheid. Als dus in mijn paspoort staat dat ik een man van één meter vijfentachtig ben, kan dat niet anders dan metaforisch gebruikt zijn. Er wordt bedoeld dat ik een persoon ben die deze specifieke en relatief eenvoudig te controleren uiterlijke eigenschappen vertoont. Het zegt niets over wie of wat ik ben.

    De eigenlijke vraag die hieraan ten grondslag ligt lijkt mij te zijn: ‘voor wie is het überhaupt van belang dat in je paspoort staat wie je bent.’ Een paspoort, en elk identiteitsbewijs, moet de autoriteiten in staat stellen te bepalen of iemand daadwerkelijk is wie hij zegt dat hij is. Maar de vraag ‘wie ben je?’ is niet zomaar te beantwoorden. Ben ik mijn brein, zoals Swaab c.s. ons proberen voor te houden? Het lijkt mij niet – net zo min als dat ik mijn DNA ben, of de vorm van mijn iris. Hoewel dit allemaal lichamelijke eigenschappen zijn die radicaal individueel zijn, is het niet zo dat deze mijn hele zijn, mijn hele persoonlijkheid uitmaken. Dat wat ik ben gaat veel verder dan een opsomming van lichamelijke eigenschappen.

    Het identiteitsbewijs maakt dan ook impliciet de overgang van ‘zijn’ naar ‘hebben’. De vraag die hier gesteld wordt is niet ‘is de persoon tegenover mij die en die persoon?’ maar ‘heeft de persoon tegenover mij deze bepaalde eigenschappen, deze bepaalde set van lichamelijke kenmerken?’. Identificeren komt dan neer op het identiek zijn van een beschreven set van eigenschappen en een persoon die voor mij staat. Heeft deze persoon deze set van eigenschappen, dan is hij die persoon. In de meeste gevallen, zoals bij een paspoort, volstaat een foto die voldoende gelijkenis moet vertonen met de persoon tegenover mij. Tekenend is overigens dat dit een zwart-wit foto moet zijn: kleur is blijkbaar geen onderdeel van de set van eigenschappen aan de hand waarvan ik geïdentificeerd kan worden.

    Hierin verschilt het paspoort ook wezenlijk van sociale media als Facebook. Eigenschappen die je via deze media kenbaar maakt gaan veel verder dan alleen maar een opsomming van eigenschappen. Hier spreek je werkelijk over je persoonlijkheid, over wie je bent. Dat je hier kunt kiezen uit veel meer opties dan het traditionele onderscheid man of vrouw spreekt voor zich: sites als Facebook zijn onderdeel van het echte leven en net als in het echte leven ligt dit onderscheid veel genuanceerder.

    [1]https://d66.nl/onderzoek-naar-onbepaald-laten-geslacht-in-paspoort/
    [2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Bekken_(anatomie)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s