Kersenpitten

Zomer 2014
Ik zit in de trein. En ik eet kersen.
Ik verzamel de pitten in mijn mond terwijl ik kersen eet. Dat is in mijn gezin de gewoonte, vroeger met mijn broers deden we wie ze het verst of het best gemikt kon uitspugen. Met mijn kinderen heb ik een andere gekte ontwikkeld. Wij kunnen alle drie zeker 14 pitten in onze mond hebben en tamelijk probleemloos de 15e kers eten. Als ik de 14 kers in mijn mond neem, begin ik me af te vragen wat ik straks met de pitten zal doen.
Natuurlijk heeft ook deze Belgische trein een prullenbakje onder het raam, dat zou zonder meer kunnen. Alleen: ik vind dat ergens zonde; een kersenpit is een kersenboom in wording, tenslotte. De boom waar deze kersen aan groeiden, heeft een hoop energie gestopt in de kersen, niet om ze vervolgens in een Belgische vuilnisbelt te laten verdwijnen. En weg is weg …
Heeft niet elk leven, elke pit recht op een kans om uit te groeien tot de boom waarvoor hij bedoeld is? En andersom; heeft niet iedereen recht op een kersenboom in zijn omgeving?  Ik kan ze ook naar buiten spuwen, zo uit de trein. Ik rijd inmiddels aan de voet van de Ardennen, de grond is hier vruchtbaar en geschikt voor bomen. Deze kersen, ontstaan en gerijpt op Wieringen, zou ik die de kans bieden uit te groeien tot kersenboom hier tussen Maastricht en Luik?
Bomen langs het spoor zullen het niet gemakkelijk hebben met langsrazende treinen, en zouden ze wel kunnen groeien zonder gesloopt of gerooid te worden door een ijverige beambte, sneuvelen voor de veiligheid van de treinreizigers, ik dus. Ik denk aan de bomen uit een van mijn eerdere blogs; leven ligt overal op de loer, is steeds bezig zichzelf in stand te houden en verder te groeien.

Ik neem de 15e kers en denk aan mijn opvoeding, de gereformeerde school en het verhaal van de zaaier; als ik mijn pitten zonder meer uit het raam spuw of gooi, zal een groot deel in harde onvruchtbare grond tussen het spoor terechtkomen. Zou ik de kans voor de kersenboom niet aanzienlijk vergroten als ik ze pitten meeneem en in het laatste stuk als ik van Marloie naar Nisramont fiets ergens in de berm of in het bos gooi? Daar is natuurlijk ook harde onvruchtbare ondergrond naast zachte, welkome vruchtbare stukken…
Volgens de oude Grieken waren kersen en frambozen voedsel van de goden, zij spuwden de pitten vanaf de Olympus op de aarde, daarom kunnen wij mensen ook deze godenspijs genieten. Ik voel mij Zeus terwijl ik de pitten terug spuw in het zakje waaruit ik kersen zat te eten.
Als er ooit, nabij Nisramont een kind in het bos in een boom klimmen kan om verse kersen te plukken, is mijn leven niet helemaal zinloos geweest.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s