Gesprek met de dood

Vandaag heb ik de dood gesproken. Ik kwam hem gewoon tegen op straat, hij groette mij beleefd maar ik schrok dat ik hem zag en omdat hij mijn naam kende.
‘Komt u voor mij?’ vroeg ik hem en ik hoorde zelf de schrik in mijn stem.
‘Nee, voor jou ben ik hier nog niet’ antwoordde hij met een stem die mij deed rillen. Ik wist niet of ik hem meer mocht vragen, maar hij was kennelijk in een goed humeur en vertelde zelf verder. ‘Straks haal ik hier een meisje van 15, ze is onderweg op de fiets hierheen, daar op de kruising zal ik haar ontmoeten en gaat ze met mij mee.’ Hij wees in de richting van een druk, onoverzichtelijk kruispunt. Ik keek om me heen, maar wij stonden daar alleen in de stille straat. Hij leek mijn gedachten te lezen want opnieuw sprak hij, nu met krakend lachje:
‘Je hoeft niemand van de weg te gaan halen hoor. Het is gewoon haar tijd. Zij is zo aan de beurt, daarna word ik weer elders verwacht. Eerst naar een oude man die mij thuis opwacht, en later vanmiddag naar het ziekenhuis waar een baby te vroeg geboren zal worden. Het zijn drukke tijden.’
‘Vind u uw werk leuk?’ vroeg  ik hem ‘U zaait overal ongeluk, letterlijk dood en verderf, en het lijkt u niets te doen.’
De dood leunde op zijn zeis en keek me een beetje meewarig aan. ‘Ach na al die eeuwen,… en het werk moet toch gedaan worden. Iedereen kan niet altijd maar blijven bestaan, dat zou ook een rare bedoening worden. Zoals het nu gaat is de wereld al tamelijk vol. Uiteindelijk komt er een einde aan ieders bestaan, zo is het altijd geweest en zo is het goed. En het is niet enkel verdriet wat ik zie; de men die ik straks ga halen lijdt al weken vreselijke pijnen, hij heeft me al meermalen gesmeekt om te komen. Vandaag is het zijn beurt en hij zal blij en opgelucht zijn mij te zen. En zijn familie ook.’
Ik dacht na over wat hij zei en wist dat het waar was; de dood is niet altijd een vijand.
‘Maar dat meisje dan? Zij zal toch niet blij zijn u te zien?’ Angstig keek ik naar het gewraakte kruispunt, waar auto’s en fietsers door elkaar reden.  De dood volgde mijn blik ‘Nee, zij verwacht mijn komst zeker niet. Vele zullen om haar rouwen. Maar het is haar beurt. Daar ga ik niet over.’
‘Wie dan wel?’ Kon ik niet laten te zeggen, mijn stem harder dan nodig. ‘Dat is toch oneerlijk? Zo’n oude man weken laten wachten en zo’n jong meisje … Ik begrijp niet dat u zo kan werken.’
‘Niet eerlijk?’ Vroeg hij met een minzaam lachje ‘Weet jij wanneer ik jou kom halen?’ Hij zweeg even om zijn woorden te laten bezinken. ‘Je schrok net toen je mij zag, dus nee, ook jij weet niet wanneer ik voor jou kom. Niemand weet dat. En is dat niet het summum van eerlijk? Iedereen komt aan de beurt, vandaag, volgende week, volgend jaar. Niemand weet wanneer, alleen dat ik ooit voor hem kom.’ Weer moest ik toegeven dat hij gelijk had. Niemand weet wanneer het zijn tijd is en op harde manier is dat eerlijk.
Voor ik nog iets tegen hem kon zeggen had hij zich al omgedraaid en liep met zware stap in de richting van het kruispunt. Ik zag langs de grote weg een jong meisje met een groene jas komen aanfietsen. Ik ik heb me omgedraaid  en liep de andere kant op om de klap die ik hoorde niet te zien.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s