Tussen de rails

Ik reis graag met de trein. Ik kan relaxen, lezen, slapen, schrijven, of een beetje zitten appen met vrienden. Ondertussen kijk ik naar buiten, waar het landschap in hoge en soms wat minder hoge snelheid aan mij voorbij gaat. Zoals in het gedicht van Willem Wilmink; achterlangs het leven.
Vanaf den Helder vertrekt elk half uur een trein naar Nijmegen. Tot Alkmaar stopt die op elk station, daarna is het een intercity die kleinere stations voorbij scheurt. Als regelmatig reiziger weet ik welke stations hij aandoet en ben ik overal al wel eens uit, of in de trein gestapt. Soms maar een keer, om leuke redenen (Castricum, waar mijn jeugdvriend een neef had wonen, Alkmaar Noord, waar ik mijn diploma Sociale Hygiene haalde, HeerHugowaard, waar ik mijn paard ging kopen) en soms noodgedwongen (den Helder Zuid, waar ik uit een brandende trein moest en twee uur in de vrieskou op vervanging heb gewacht).
Amsterdam Centraal is de regelmatige start voor bezoek aan een opera of museum, op Sloterdijk liep ik halfblind te zeken naar de overstap onderweg naar de kliniek waar ik mijn ogen zou laten laseren.
Van de week reisde ik naar Alkmaar, waar ik tegenwoordig wekelijks kom om rondjes te rijden op de ijsbaan. Ik keek uit op een winters Noord Holland en zag de reis in deze trein als een vaste waarde in mijn leven, met soms een bepaald treinstation als een belangrijke of regelmatige stop.
Van mijn achttiende tot mijn vijfentwintigste ongeveer reisde ik wekelijks naar Anna Paulowna om daar zangles te hebben. Ik ging dat stukje natuurlijk ook wel eens op de fiets en een keer zelfs op de schaats. Nu gebruik ik dat station een enkele keer als ik een auto bij me heb en daar niet mee verder wil; daar is het eenvoudig en gratis parkeren dicht bij het perron.
Utrecht Centraal werd een vaste stop; ofwel naar mijn studie aan de Hogeschool aldaar, ofwel onderweg naar het zuiden waar een deel van mij leven zich toen afspeelde. Die overstap kon op elk station tussen Alkmaar en Utrecht, dus die verplaatste wel eens, zoals mijn kind ooit bij elke stop even uit de trein moest ‘dan ben ik overal geweest!’  Een tijdlang was Zaandam mijn favoriete overstapplaats.
In diezelfde tijd werd ook Amsterdam Amstel een bekende; vanaf daar kon ik met mijn vouwfiets simpel verder door de Bijlmer naar letterlijk de rand van de stad.
In Schagen werkte ik een tijd, waar de trein met mij een horde scholieren het perron op spoog, waarvan ik een aantal dan in de klas terugzag.
Later werd Ede Wageningen, waar ik voordien slechts een keer per ongeluk kwam toen ik in de trein in slaap viel, een geliefde plaats om uit te stappen; langs de loze gevel van de Enka Fabriek fietste ik het bos in, onderweg naar mijn liefde. Een enkele keer vertrok ik dan weer vanuit Arnhem. Eigenlijk ben ik alleen nog nooit naar het eindpunt meegereisd; terwijl ik toch familie heb ik Nijmegen!

Het belangrijkste station en ongeacht het reisdoel altijd mijn eindbestemming is toch den Helder, vanwaar de boot naar huis vertrekt.
Want in tegenstelling tot het leven zelf, Kun je met de trein altijd weer terug naar start.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s