Een nieuwe lente, … ?

Ik sta op de rand van een braakliggend terrein. In de verte zie ik de contouren van de beschaafde wereld. Vormen van huizen, gebouwen, bomen steken scherp en donker af tegen de heldere vrieslucht, ik hoor de geluiden die daarbij horen; auto’s, gelach en stemmen van mensen. Zo dichtbij en toch onbereikbaar.
Het is geen droom, het land is van mij. Het hoge gras, de puinhopen, de stapels bouwmaterialen, het gereedschap dat er staat en hangt, de oude en nieuwe fietsen, het hek, de vlaggenmast, zelfs de kersenboom, alles delen van niet gestarte en bijna of soms geheel voltooide projecten uit mijn verleden. Hoe vaak al ben ik begonnen hier iets moois op te bouwen. Steeds opnieuw vol enthousiasme en vertrouwen heb ik tijd, energie  en geld gestoken in het project wat mijn leven en bestaan de moeite waard zou maken.
De stokken, emmers en zakken van de moestuin die mijzelf en mijn gezin van eten zou gaan voorzien staan stoffig en begroeit tegen de half ingestorte wanden van de houten schuur waar mijn fietsen en de oude Honda droog zouden staan. Het dak is er nooit op gekomen. In het schuurtje dat er wel staat, naast mijn fiets en het hooi voor de caviae, een blik met verschillende zaden voor diezelfde of de volgende moestuin. De buitenkachel die ons zou verwarmen bij buiten eten maken op koude winterdagen, staat daar werkeloos en koud hoog op een plank.
Het kan allemaal nog, de bouwstenen, planken, balken, specie en zand voor het bouwwerk liggen er, de grond is er, de ruimte, alle mogelijkheden. Ik hoef alleen maar te beginnen.
Waarom is het nooit gebeurt? Waarom sta ik nu weer onbeweeglijk in de deuropening, kijkend naar de braakliggende grond, de zwarte aarde waar het gras voorzichtig groen wordt en de eerst crocussen zachtpaars kleuren. Kijkend naar de caviae die door het hun toebedeelde deel rennen, grazen en dankbaar piepen voor de wortelen en sla van de buren. Kijkend naar de rolgordijnen in ramen elders. Zijn ze open of dicht, is het licht of donker, is er activiteit die de mijne lamlegt of kan ik rond lopen zonder de angst om gezien te worden, of juist niet opgemerkt?
Kijkend naar de kersenboom, trots midden in de tuin met dikke knoppen die klaar zijn om open te barsten zodra het voorjaar daarom vraagt. Klaar voor een groene warme zomer vol witte bloemen, geurend in de zon, omringt door zoemende bijen en rode zoete vruchten in de nazomer.
Het is donker en stil vandaag.
Ik zou het kunnen doen, nu. Opnieuw beginnen, de grond gladtrekken en bouwrijp maken, de puinhopen opruimen, fundamenten leggen, met de balken een vierkant bouwen, muren en spanten optrekken tot een gebouw, een huis, een leven. Ik heb alles wat nodig is om iets groots te bouwen.
Ik heb het toch al zo vaak eerder gedaan; opnieuw beginnen, een nieuw bouwplan maken, de juiste materialen zoeken en nieuw aanschaffen en mij met hart en ziel geven aan en voorbereiden op een succesvolle onderneming. Dat kan toch  nu weer?
Kan ik nog een keer gaan geloven dat het deze keer echt gaat gebeuren, dat het nu echt de vorm gaat krijgen die ik mij wens, die nodig is voor mij en diegenen die bij mij horen?
Ik kijk naar de stapels materiaal. Overwoekert en bewoont door muizen, spinnen en insecten. Een merel heeft haar nest gebouwd in de stapel balken, vorig jaar bracht ze daar vier jonge vogels groot, die uitvlogen en het nest leeg achterlieten. Het is maart, als ik nu begin met opruimen, heeft moeder merel ruim de tijd een andere plek te vinden voor haar nest. Voor de jonge merels uitvliegen kan ik bezig zijn met het inrichten van mijn zelf gebouwde leven. Als ik nu durf beginnen te bouwen.
Ik ijk naar de fundamenten van het vorige plan, uitgezet in gele paaltjes in het gras. Op een stapel in de hoek liggen de paaltjes die de fundamenten van de plannen daarvoor hebben aangeven. Er zijn gaten en geulen voor fundamenten, enkelen gevuld met grond of grind, anderen staan vol water. Er zijn stukken muur, deels scheef gewaaid en ingestort, er staan palen in de grond waarlangs de kamperfoelie dankbaar naar boven klimt. Het hek staat als strakke donkergroene grens rond het terrein.
Waar ik ook kijk, zie ik de resten van ingestorte hoop en geloof in een zelfgebouwde toekomst.  Wil ik, kan ik een nieuw plan opstarten? Ik pak een steen van de stapel, een spin rent er onder vandaan, langs de stapel omlaag en verdwijnt er tussen. Alleen al door deze steen te verplaatsen, verstoor ik een leven.
Aan de zijkant van de steen zit nog specie, de resten van de muur waar hij eens in zat. Hij voelt zwaar en ruw in mijn hand. Ik leg hem terug en ga naar binnen.
Misschien morgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s