3: Schoenen

Het begon met de schoenen.
Of begon het met het boek?
Eigenlijk begon het nog eerder, maar dat komt later.
Eerst de schoenen.
Schoenen die voldoen aan mijn eisen, bij mij passen en ook nog mij passen. Liefst ook nog betaalbaar.
‘Ik wil ook nieuwe schoenen’ een simpele zin in een gewoon gesprek tussen geliefden. Uitgesproken op een zaterdagochtend vroeg, de dag nog een onbeschreven blad.
Mijn lief kan zien met haar oren en horen met haar ogen waar anderen horende doof en ziende blind zijn. Soms ziet ze verleden, heden en toekomst nog voor ik zelf weet. Als ik zeg dat ik van haar hou, is dat een onwaarheid. De taal schiet schromelijk tekort.

Wat volgt is een tocht door de stad, van de ene naar de andere schoenenwinkel. Laarzen met hoge en heel hoge hakken, afneembare garnering en omslag in verschillende kleuren bruin en zwart. Korte donkerbruine laarsjes die met een veter rond de enkel sluiten. Half hoge laarzen met een rits aan de binnenkant. Elfenschoenen met licht opstaande ronde neus. Bruine bootschoenen met rubberen zool en een veter rond de opening geregen. Sportschoenen in allerlei uitvoeringen, linnen gympen in alle mogelijke kleuren. Zwarte strakke schoenen met ronde leren veters en afgehakte neuzen, met of zonder werkje in het leer op de wreef. Stijlvolle gladde schoenen, chique bewerkte schoenen met leren of rubberen zool. Nooit zo naar schoenen gekeken.

Schoenen zijn als mensen; er zijn zovele verschillen en toch worden ze allemaal in een categorie ondergebracht. Deze soort schoenen horen bij deze soort mensen. Niet iedereen kan alle schoenen dragen.
Herenschoenen beginnen over het algemeen bij maat 40, een enkele keer bij maat 39. De schoenen die ik in mijn hoofd heb dus niet. Mijn wens lijkt een onmogelijke. Ik begin me erbij neer te leggen dat ik in elk geval vandaag niet zal slagen.
‘Kan ik u misschien helpen?’ Een dame met hoge laarzen en schots geruite jas.
‘Waarschijnlijk niet’ verzucht ik. Het is de vijfde winkel en ik heb bijna spijt van deze missie.
Mijn geliefde heeft de moed nog echter niet opgegeven. Ze beschrijft in haar woorden mijn vraag en tot mijn schrik loopt de dame direct naar een kast en komt met een paar schoenen aan die bijna voldoen aan al mijn eisen. Bruin, dat wel. Ik trek ze aan.
Voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn lief een hesje. Hiermee kan ik mijn borsten zo verbergen, dat een overhemd of shirt ongeveer zo valt als toen ik tien was, bijna zoals het bij mijn zoon van 14 valt. Het lijkt op zoals ik zou willen dat het valt; recht naar beneden. Een dierbaar gebaar. Het is denk ik geen sinecure om van je vrouw te horen dat zij twijfelt of zij vrouw is.
Een week geleden liep ik door een groot warenhuis op zoek naar een overhemd. Met mijn nieuwe hesje aan durf ik nu een overhemd te kopen wat mij past. Niet te groot, zoals ik meestal heb gedaan tot nu toe. Ik durf een kleine maat aan, ‘slim fit’ zelfs. Ik neem er twee mee. Toch met enige spanning in mijn benen reken ik af, wat zou de jongen achter de kassa denken? Zou hij zien dat ik ze zelf ga dragen? Zou hij überhaupt iets denken bij het afrekenen van een stel overhemden? En waarom denk ik er zoveel bij?
Mijn voeten in nieuwe schoenen is altijd een schok. Zijn dat mijn voeten? Zien die er zo uit?  Ik kijk onzeker naar de twee vrouwen die naar me kijken. De een zag ik net voor het eerst en waarschijnlijk vandaag voor het laatst. De ander ken ik bijna vijf jaar zeer intiem. Hoe goed kun je een ander eigenlijk kennen? Hoe goed dacht zij mij te kennen toen ik haar vertelde dat ik wist dat er een woord bestaat voor mensen zoals ik? Dat ik mijn eigenheid wilde ontdekken en dat ik nog niet weet hoever ik daarin wil gaan.
We liggen in mijn bed. De avond van mijn verjaardag, tenminste, de dag dat wij het passeren van weer een jaar van mijn leven herdachten, een week voor mijn eigenlijke verjaardag.
Zij wil praten, vragen stellen. Wat betekende dit voor haar, voor ons? Wat wil ik hiermee, hoe ver wil ik gaan? Ben ik een man in vrouwenlijf? Ben ik straks een man?  En wij dan?
Ik ben moe, haar lichaam tegen het mijne is zo vertrouwt en veilig. Middenin het gesprek val ik half in slaap waardoor ik geen antwoord geef. Boos draait ze zich om. Ik wil niet praten.
Direct ben ik wakker, adrenaline versnelt mijn hartslag en bloedsomloop. Natuurlijk wil ik praten. Ik probeer duidelijk te maken wat er speelt.
Al mijn hele leven weet ik dat er iets niet klopt. Als ik in de spiegel kijk, zie ik niet wat ik in mijn hoofd heb. In een broek met overhemd zie ik eruit als een meisje in een pak, in een jurk zie ik eruit alsof ik in een toneelstuk meedoe en voel ik me ernstig ongelukkig.
Nu heb ik ontdekt dat de wereld mij heeft opgesloten in het vastgelegde patroon van twee geslachten. En dat ik daar niet in pas, niet links en niet rechts. En ik weet nog niet  ‘hoever ik daarin wil gaan’ ik weet nog heel veel niet. Alleen dat ik heel veel wil ontdekken en uitproberen.

Als iets in je aandachtsfilter zit, kom je het overal tegen. Zwangere vrouwen zien overal zwangeren en baby’s. Waren die er altijd al? Of zijn ze er nu opeens, omdat je zelf zwanger bent? Als je honger hebt zijn er overal restaurants, cafés, oliebollen – of viskramen, vooral als je geen geld hebt.
Nu zie ik heel mannelijke vrouwen en vrouwelijke mannen. Dat artikel in de krant, waar twee vrouwen vrijelijk vertellen over hun geslacht veranderende operatie, dat interview met een jonge vrouw die als jongen geboren is en borsten én een penis heeft, had ik die twee jaar geleden ook zo geïnteresseerd gelezen en mee naar huis willen nemen?

Ik loop de winkel rond. De leren zolen voelen hard en stug nu ik al een uur op sportschoenen door de stad heb gelopen. In de spiegel zie ik mijzelf op bruine schoenen, zwarte broek, wit overhemd. En het past allemaal!
‘Misschien een rare vraag, maar heb jij nog onderbroeken nodig?’ ik ben 11 jaar en werk na school op een boerderij. De dochter des huizes is een paar jaar ouder dan ik
‘Ik heb ze gekocht bij een postorder bedrijf, maar eigenlijk zijn ze me te klein. Ik kan ze niet terugsturen, als jij ze past mag je ze hebben’
Ik krijg altijd wel kleren van deze en gene en wen eraan dat kleren te groot of te klein, versteld of op de rand van versleten zijn.
Als middelste uit een groot gezin, kreeg ik doorgeschoven kleren van mijn oudere zus en van nichtjes en neefjes. Daarnaast maakte mijn moeder mijn kleren. Die pasten altijd wel, al waren ze niet volgens de nieuwste mode.
Later was er een vaste tweejaarlijkse levering van een vriendin van de familie die haar kasten opruimde om wél de nieuwste mode aan te schaffen. Ik nam overhemden over van mijn vader en kreeg kleren van mensen waar ik werkte. Nieuwe kleren kopen was lange tijd een onbetreden terrein. 

‘Ik heb er nog niet in gekeken wat ze kosten’ Ik peuter de veter van de linker schoen los.
‘Ja, ik wel’ zegt mijn lief en ik hoor aan haar stem dat de prijs hoog zal zijn.
Ik draai de linkerschoen rond maar zie geen prijs. De dame van de winkel toont me de voorkant van de doos. Inderdaad een bedrag om van te schrikken. Ik leg mijn rechterbeen op mijn linker en peuter aan de veter. Mijn financiële situatie glijdt door mijn hoofd. Niet al te rooskleurig en geen verbetering op korte termijn in zicht. Langzaam draai ik ook de rechterschoen om in mijn handen. Is dit werkelijk wat ik zoek? Ik kan zo tien redenen bedenken om deze schoenen níet te kopen.

  1. Ze zijn niet zwart
  2. Het zijn geen echte herenschoenen
  3. De hak is bijna wel twee centimeter
  4. Ze zijn duur, zoveel geld kan ik eigenlijk niet uitgeven aan schoenen
  5. De neus is rond
  6. Ze zijn niet zwart
  7. Ik heb al schoenen
  8. Ze zijn duur, tenminste; kosten een hoop geld
  9. Het zijn niet échte herenschoenen
  10. Ze zien er anders uit dan het plaatje in mijn hoofd

En maar een paar redenen om ze wél te kopen; ze passen goed, ze voldoen het meest aan mijn wensen van alle schoenen die ik vandaag heb gezien.
En ik wíl ze kopen.

Ik ben een jaar of achttien, op zoek naar een colbert wat mij past. Al heel wat winkels heb ik doorgeploeterd, verschillende jasjes gepast. Alle sis niet wat ik zoek. Uiteindelijk beland ik samen met een oudere verkoper in een donkergroen jasje voor ze spiegel.
‘Dit staat je goed, het is de goede maat’
Het is groen, niet zwart zoals ik in mijn hoofd had en zichtbaar een damesjasje, niet zoals ik eruit wíl zien in een jasje. Ik draai en loop nog eens rond. Ik weet niet meer waar ik verder moet zoeken, ik ben moe en ik wil een jasje kopen, vandaag. Al voor ik thuis ben heb ik spijt van het uitgegeven geld. Het is niet het jasje wat ik zoek. Ik had verder moeten zoeken of niet iets kopen wat ik eigenlijk niet wil hebben. Een week later geef ik het jasje aan een vriendin.

‘Ik kan het eigenlijk niet maken, met nog een week werk’
Ik kan u alleen zeggen dat ze u heel goed staan, verder kan ik u niet raden’ de mevrouw in het geruite jasje is eerlijk en vriendelijk. En geduldig. Ze doet haar werk goed.
Mijn lief zit naast me en kijkt me niet aan. Ze wil me niet beïnvloeden, niet sturen. Dit is iets wat ik zelf moet beslissen. Wat ik zelf wil beslissen ook.
‘laat ik maar net doen of ik gek ben’
‘soms is dat het beste’

Ik ben een jaar of dertig en loop door een andere stad, in een andere provincie. Een klein kind slaapt in mijn wandelwagen. We wachten op mijn partner die een vergadering heeft. Over twee uur hebben we afgesproken. Ik loop een beetje doelloos te slenteren, winkels in en uit zonder iets te kopen omdat ik niets nodig heb, nergens naar op zoek ben behalve het doorbrengen van de tijd. In een winkel waar de muziek iets minder hard is dan bij anderen hangt een helderrood zijden hemdje in een rek met aanbiedingen. Ik loop erom heen, pak het nog eens in mijn handen en laat de gladde stof door mijn vingers glijden. Sensueel zacht en glad als de huid van een meisje.  Ik stel me voor hoe de stof zal voelen op de huid van mijn schouders, rug en borsten. Dan loop ik de winkel weer uit. Het uur daarna blijft het gevoel van de gladde stof door mijn hoofd spelen. Nadat ik met mijn partner koffie heb gedronken lopen we weer door de winkelstraat. De winkel met het hemdje lopen we voorbij.
Nog enkele dagen denk ik bij tijd en wijle met spijt aan het gevoel van zijde.

Ik steek mijn voeten in de witte sportschoenen die ik van mijn oudste zoon heb overgenomen en strik de veters vast. Ik ben blij dat de dames even uit beeld zijn. Ik kijk naar mijn voeten in de vuile witte schoenen met de zwarte broek erboven. Opeens voel ik emotie dringen achter mijn ogen. Ontroering, wanhoop, geluk, angst, alles loopt door elkaar. Ik koop dure schoenen voor mijzelf, nieuwe schoenen. Schoenen die bijna herenschoenen zijn. Mijn lief is bij me en is blij mét mij.
We lopen de winkel uit, de schoenen in een akelig lila tasje aan mijn arm. Ik heb vreselijk behoefte aan een borrel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s