4; het boek

Het begon met het boek.
Of eigenlijk begon het natuurlijk eerder, veel eerder.
Maar het boek was een keerpunt. Een baken, een anker in een zee van verwarring, onzekerheid en vervreemding. Anders had ik het nooit gepakt.

‘Man of vrouw, min of meer’ Het was hoe ik me voelde, eigenlijk precies dat. Daarom pak ik het boek uit de kast terwijl ik even moet wachten in de bibliotheek. Er staan stoelen in de bieb, niet alleen stoelen aan tafels, waar studerende jongeren met stapels boeken aan kunnen werken of waar moeders tijdschriften lezen of al die andere zaken die mensen in een bibliotheek kunnen doen.
Twee redelijk luie stoelen met een klein tafeltje ertussen. Echt een zitje wat je voor de haard in een bibliotheek van een oud engels landhuis zou verwachten. Maar dit is een moderne mediatheek in een middelgrote stad in Nederland. Dus ga ik zitten in een van de redelijk luie stoelen, het boek al open in mijn handen.
Als mijn lief met haar keuze naast me komt zitten, ben ik verdiept in het boek. Verdiept is het woord niet; het thema heeft me bij de strot gegrepen. Tranen dringen achter mijn ogen en een schreeuw duwt onhoorbaar in mijn keel. Elke bladzij, elk verhaal van elke persoon is alsof ik door elkaar geschud word, ruw gewekt uit een leven van onrustige slaap.

Er is een foto van mij toen ik dertien of veertien was. Een jongen van een jaar of twaalf, dertien. Kort stijl haar, een ovaal gezicht met grote ogen en een forse neus vol sproeten. Hij kijkt recht in de lens met een blik waarin veel te zien is; rust en zelfvertrouwen. En ook een verborgen leven, het geheim van de androgyne jeugd vlak voor het ontwaken van de volwassenheid en de sekse.  Iemand die niet weet wie het is zou kunnen denken dat het een foto van mijn oudste zoon is. Mijn jongste zoon maakte die verwisseling en moest goed kijken om zich te vergewissen dat het zijn moeder was.

Ik weet wel dat er iets is tussen de seksen, heb er ook al andere boeken over gelezen en toch was dit boek met verhalen van gewone mensen anders. Omdát het gewone mensen zijn die erin hun verhaal vertellen. Gewone mensen die ook niet passen in een van de twee geslachten. Gewone mensen die niet gewoon man of gewoon vrouw zijn. Gewone mensen zoals ik.
Ik was op een vrouwenfeest geweest en een bon gewonnen om schoenen te kopen. Ik besloot me eens te buiten te gaan aan schoenen met hakken. Echte hoge hakken. Mooie strakke laarzen werden het, met zes centimeter hak.
Ik oefen erop te lopen, elke dag een uur ofzo, `s avonds op mijn kamer. Ik trek ze aan naar een nascholingsweekend en kom verliefd terug. Ik ben bezig mijn vrouwelijke kant te ontdekken, of misschien te ontwikkelen. Ik koop en draag vrouwenbroeken, bloesjes en hoge hakken. Op mijn opleiding krijg ik complimenten van medestudenten en docenten.
‘Mooi dat je je vrouwelijkheid meer laat zien’
‘Mooi te zien dat hoe je je meer openstelt, minder verbergt’
‘Je ontwikkeling is zichtbaar; je durft je zelfs zes centimeter van de aarde te verheffen’
Van een boer lijk ik een meisje te worden. Nette kleren en schoenen met hakken. Strakke bloesjes of truitjes, zónder jasje of gilet eroverheen waardoor ik de hele dag het gevoel heb dat ik bloot rondloop. Ik speel een rol, dat hoort erbij, ik pas me aan. Ik kan leren het mooi te vinden mijzelf zo te zien. In deze opleiding draait het veel om wie je zelf bent, jezelf kennen, reflecteren op je handelen en authentiek zijn; laten zien wie je bent.
Ik heb geleerd dat mijn druk zijn, mijn de clown uithangen ook een masker is om mensen niet te laten zien wie ik ben. Het wordt tijd dat ik mijzelf ga accepteren, daarom draag ik een strak truitje en schoenen met hoge hakken. Ik ben vrouw en dat mag gezien worden, toch?
Thuis draag ik schoenen met stalen neuzen, klompen, afgeknipte spijkerbroeken en wijde shirts en truien. Ik vind het heerlijk om door weilanden en stallen te sjouwen, kruiwagens te rijden, beesten te voeren en mest te kruien.
Een duaal leven.
Ik vind het bij me passen. Thuis en op school zijn twee werelden, ik ben twee mensen.
Toen begaf mijn rug het.

1998; Ik ben negenentwintig en voor de eerste keer in verwachting. Ik wil graag kinderen, meervoud. Ik ben blij met mijn zwangerschap. Maar nu even niet zo. Ik hang boven een wc, de zoveelste. Ik zit op mijn knieën in de gehorige toiletruimte van een chinees restaurant. Waarom wilde ik ook weer hierheen? De garnalen van de eerste gang komt er net zo hard weer uit. En toch heb ik ook honger. Vanaf de zevende week af ben ik ziek. Ochtendmisselijkheid de hele dag, elke dag. Mijn lijf verzet zich uit alle macht tegen de kleine parasiet die in mij groeit.
Mijn hoofd roept dat ik dit kind wil, mijn lichaam lijkt er anders over te denken.
Tegen het einde van de zwangerschap weeg ik net zoveel als daarvoor.

‘Ik wil eigenlijk dit boek graag lezen. Heb je misschien iets dat ik de titel op kan schrijven?’ of ik die niet zou kunnen onthouden.
‘Eens kijken, ik heb nu vier boeken en een dvd, ik mag nog twee boeken, zal ik het gewoon lenen? Kun je het thuis lezen.’
We lopen de bieb uit, ik voel een verwachtingsvolle spanning, of ik een ontdekking heb gedaan die de wereld zou gaan veranderen.
Hoe kon ik weten dat dat ook het geval was?

Verwarring. Vervreemd van alles en tegelijk heel rustig en zeker. Soms heb je zo`n boek wat informatie geeft waarvan je denkt; ‘hé, dit wist ik altijd al, hoe kan ik dat nou vergeten zijn!?’   Ok, dit ben ik dus. En nu verder?
In mijn klerenkast staan en liggen een hoop ‘echt vrouwelijke’ kleren. Ik was bezig met acceptatie en leren vrouw te zijn. Nu wil ik een andere stap gaan maken; voelen en accepteren hoe en wie ikzelf ben.

Ik ben een jaar of elf. Via een nichtje heb ik een nieuwe broek gekregen. Ribfluweel met grote bloemen. De wijde pijpen wapperen om mijn enkels. Ik loop over een muurtje, zwaai met mijn benen en kijk naar beneden. Ik voel me geweldig stoer, zo`n soort popster waar mijn grote broers naar kijken.
Ik lig op mijn bed en kijk naar de lucht. Wolken waaien langs in het blauw. Ik luister naar jou stem in de telefoon. Je vraagt en ik geef antwoord. Je vraagt dingen waar ik geen antwoord op heb, nog niet. Je vraagt dingen waar ik nog niet of nauwelijks over heb nagedacht. Ik wil mijn onzekerheid niet laten merken, ik ben groot en sterk en weet wat ik wil. Terwijl ik naar woorden zoek om je antwoord te geven, kijk ik naar de wolken in het blauw.
Ik citeer uit het boek, vertel wat ik gelezen heb op websites en neem stellingen in waarvan ik niet zeker ben. Ik wil dat jij denkt dat ik zeker ben van mijn zaak, weet waar ik mee bezig ben en waar ik uit wil komen.

Het spugen werd iets minder toen mijn bloeddruk begon te stijgen. Ik was mezelf en mijn kind aan het vermoorden. En steeds bleef ik aan de kant van de kleine percentages. Gelukkig voor mij en mijn zoon koos mijn lichaam voor de grotere overlevingskans en kwamen we samen uit het ziekenhuis. Het was winter en het vroor. Ik zat in een rolstoel, met een magere kleine baby op schoot, gewikkeld in doeken. De kribbe ontbrak aan het plaatje. En Josef; ik werd opgehaald door mijn vrouw.

Ik loop door de HEMA, op zoek naar een passend overhemd. Al vaker kocht ik overhemden en al jaren draag ik jongens en heren kleding. En toch is het tegenwoordig anders, ík ben anders. Vandaag draag ik mijn hesje wat mijn boezem indrukt, verbergt. Waardoor overhemden zitten zoals ze moeten zitten; plat.
Als ik zo in de spiegel kijk zie ik er bijna zo uit als in mijn hoofd. Ik kan naar mezelf kijken en ik loop opeens rechtop, zegt mijn geliefde. Mijn geliefde, die zoveel moeite had met mijn bekentenis, mijn nieuwe coming out. En die mij dit hesje voor mijn verjaardag gaf. Zo`n bijzonder en waardevol cadeau.
En nu loop ik door de HEMA op zoek naar een passend, zwart overhemd. Maat M of  S misschien. Van een andere aankoop weet ik dat ik boordmaat 36 heb, daar ben ik dus naar op zoek. Er hangen er veel, sommige mooier dan andere. Ik wil een zwarte, die ik kan dragen bij mijn fanfare uniform in plaats van de jurkachtige blouse die ik kreeg en waar ik me niet lekker in voel. Ik zal daar vast gedoe mee krijgen met de kleding commissie, maar die kan ik aan, voel ik.
Met twee overhemden en twee medium witte heren hemden loop ik naar de kassa. Een jongen van een jaar of zestien haalt de streepjescode onder de blieper door. Ik vraag me af of hij zich afvraagt voor wie ik deze aankoop doe. Waarschijnlijk niet. Denken caissières na bij de kleding die zij verkopen? Of denkt hij alleen aan wat hij vanavond gaat doen met het geld wat hij vanmiddag verdient heeft? Ik weet het niet en ik vraag het niet. Ik reken af en loop met mijn aankoop naar buiten. Ik voel me opgelucht en tevreden. En ik wil gauw naar huis om te passen en in de spiegel te kijken.
Ik pak het witte overhemd in mijn koffer om mee te nemen. Dit weekend ga ik naar mijn lief. Alleen weet ik nog niet wat voor schoenen ik aan moet onder een zwarte broek met een wit overhemd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s